020-2614758 Account Wijnmandje
Bestel Paradiso 1954 Primitivo bij Casa del Vino

Paradiso 1954 Primitivo - 2019

De wijnen van Paradiso bieden veel verleidingen…

Nee , hier geen appels en slangen maar juist hele lekkere wijn, en Puglia in Italie zouden we nou niet direct “the garden of Eden” noemen.  Hoewel genoeg Vijgenbladeren hier te vinden…. Nee we hebben het hier over de 1954 van Cantine Paradiso. Dit belangrijke moment wordt nog steeds benoemd in hun Paradiso 1954 Primitivo, de topwijn van Cantine Paradiso.  Een wijn die diep en intens is, vijgen en krentjes, donkere chocolade, mild en rijp. Vol van smaak, aanwezige tannines maar goed geïntegreerd, veel donker fruit (pruimen, mirte, bessen) en indrukken van specerijen. Het is als ….je je ogen dichtdoet, waan je je even in Italië…

Na de Tweede Wereldoorlog in de jaren ’50 was er veel armoede onder de boeren in het onderontwikkelde gebied in Zuid-Italië. Grootvader Angelo Paradiso, een van de vele arme boeren in Puglia, besluit in die tijd zijn heil te zoeken in de wijn.  Hij bouwt in 1954 het wijnhuis Cantine Paradiso. Tegenwoordig is Cantine Paradiso een groot wijnhuis. Met name bekend staat om zijn gulle rode wijnen gemaakt van Primitivo, Negroamaro en Nero di Troia. Hun top wijn, de Paradiso 1954 Primitivo is gemaakt van 100% Primitivo en is vernoemd naar het jaar van oprichting: de 1954

Cantine Paradiso

Cantine Paradiso ligt in het dorp Cerignola ligt in de provincie Foggia,  of het zuidelijke deel van de vlakte genaamd Tavoliere delle Puglie.  De Tavoliere, met bodems van alluviale oorsprong, geniet bescherming ten noorden van het voorgebergte Gargano en ten westen van de bergen van de Subappennino Dauno. In het oosten ligt de Golf van Manfredonia die de koude lucht tempert die in de winter uit de Balkan komt. De bodems worden gekenmerkt door de hoge aanwezigheid van kalksteen en een goede afvoercapaciteit. Het klimaat is gematigd in de winter, met goede neerslag zelden sneeuw. Erg warm in de zomer: tussen juli en augustus wordt het gemakkelijk boven de 40 ° C en regent het zelden. In deze klimaten en op deze breedtegraden zijn altijd wijnstokken verbouwd.

Het is de moeite waard eraan te denken dat Cerignola in de 19e eeuw de absolute hoofdrolspeler was op de wijnmarkt. De flessen Nero di Troia exporteerde men volop naar Frankrijk als mengwijn. Het was nog de tijd van de grote landeigenaren voor dat de grote herindeling van de Italiaanse landbouw. De leenboeren hadden het nakijken en moesten rondkomen van een aalmoes.

Zelfs vandaag is de wijnbouw een van de hoekstenen waarop de Cerignola-economie samen met de olijventeelt en tarwe berust. De meest geteelde rassen zijn Sangiovese, Trebbiano, Malvasia en Moscato. Minder gebruikelijk en vooral bestemd voor botteling zijn inheemse druiven zoals Nero di Troia, Negramaro en Primitivo. Gelukkig pakken de boeren nu wel hun eigen winst en nog steeds van een hele schappelijke prijs.